Visie Havoplatform op onderwijs 2032

De commissie ‘Schnabel’ heeft in zijn eindadvies rondom ‘onderwijs 2032’ een groot aantal aanbevelingen gedaan, die richtinggevend (zouden moeten) zijn bij de herijking van het onderwijs en -curriculum van de nabije toekomst. Hieronder zet het ‘havo-platform’ uiteen welke visie zij heeft op onderwijs, juist voor de havo-leerling en hoe zich dat verhoudt tot hetgeen beschreven is in het eindadvies van de commissie Schnabel.

Allereerst valt op dat in het advies het havo en de havo-leerling niet als zodanig worden genoemd of besproken. Daarmee lijkt de havo-leerling onderdeel te worden van de gehele discussie en wordt voorbij gegaan aan de specifieke problematiek waar havo-leerlingen mee te maken (kunnen) krijgen. Daarbij wordt de vraag waar het Havoplatform een antwoord op wil vinden in relatie tot deze discussie heel concreet: zijn de voorstellen uit het eindadvies goed voor de leerlingen die behoren tot onze doelgroep?

De conclusie van de commissie dat het huidige onderwijssysteem niet meer van deze tijd is, onderschrijft het Havoplatform en is voor ons in zichzelf al voldoende reden om vernieuwing te willen. Daarnaast juichen we toe dat er naast de kwalificerende en socialiserende functie van onderwijs nu ook in ruime mate aandacht gevraagd wordt voor de persoonlijke ontwikkeling van de (havo-)leerling.

Het Havoplatform vindt het belangrijk om in ieder geval drie aspecten van vernieuwing te benadrukken, niet in de laatste plaats omdat juist door deze aspecten te vernieuwen de havoleerling zich beter zal weten te ontwikkelen. In de eerste plaats is er volgens ons geen stelselwijziging nodig; we kiezen ervoor om binnen het huidige stelsel de nodige aanpassingen en wijzigen voor te stellen, opdat daarmee de havoleerling van betere ontwikkelkansen wordt voorzien. De havoleerlingen laat zich vaak typeren als ‘slim’ in combinatie met ‘praktisch gericht’. Het zijn juist deze kenmerken die als leidraad zouden moeten dienen bij de vormgeving van het havo-curriculum. En er is zorg over de aansluiting tussen zowel basisonderwijs en voortgezet onderwijs als voortgezet onderwijs en hoger beroepsonderwijs.

Hiermee onderschrijven we (dus) de wens tot curriculumvernieuwing. Binnen het havo-curriculum is er ruimte nodig voor een vak dat de persoonlijke ontwikkeling en de ontwikkeling van vaardigheden centraal stelt (‘skillsgericht vak’). Juist (het missen van) de ontwikkeling van persoon en vaardigheid wordt gezien als belangrijk factor voor de teleurstellende succescijfers van de havist in het vervolgonderwijs. Een dergelijk vak dient ontwikkeld te worden in een samenwerking tussen voortgezet en hoger onderwijs samen met een aantal deskundige partijen en met bestuurlijk draagvlak. In dit verband pleiten we er wel voor dit voor alle havo-leerlingen verplichte vak niet bovenop het huidige curriculum te plaatsen, maar in het curriculum ruimte te maken door delen te schrappen om zo de benodigde ruimte te maken en de overladenheid van het programma te verminderen.

Ten derde zien we graag het aantal verplichte onderdelen in het curriculum verkleind worden en daarmee de keuzemogelijkheden voor de havist vergroot worden. Daarnaast is het van belang dat scholen in staat gesteld worden om de ruimte die het huidige stelsel al biedt (versnellen, verbreden, vakken op verschillende niveaus volgen e.d.) optimaal uit te nutten door dit soort opties in regelgeving ook echt aantrekkelijk te maken voor (havo-)leerlingen en scholen. Een verlenging van de opleiding is een serieus te overwegen optie om daarmee een volwaardiger VHBO (in plaats van HAVO) te realiseren. Ook hier ligt een kans in de samenwerking met het hoger beroepsonderwijs om deze mogelijkheden voor leerlingen interessant te maken.

Tot slot zouden we graag zien dat het studiesucces van de havoleerling onderdeel wordt van de deugdelijkheidseisen waaraan zowel het voortgezet onderwijs als het hoger beroepsonderwijs wordt gehouden en onderdeel is van de maatschappelijke opdracht van het onderwijs. Dit helpt om de aansluiting daadwerkelijk te verbeteren en is een opdracht voor ‘het veld’ geworden. Het Havoplatform voelt  veel urgentie bij het oplossen van deze problematiek voor onze havoleerlingen en spreekt dan ook de wens uit dat er voortvarend werk gemaakt wordt van deze noodzakelijke vernieuwing.

Oktober 2017

Bestuur Havoplatform