14 feb 2020

Hoe werkt een tiener?

Wetenschapsjournalist Mark Mieras opende de achtste editie van het havocongres met de lezing ‘Hoe werkt een tiener?’.  Als eerste benoemde hij de vele vooroordelen over de tiener/havist: oppervlakkig, roekeloos, versnipperd, zwaarmoedig (heel kwetsbaar hierin), asociaal en ze hebben onrijpe hersenen. Karaktereigenschappen die de bezoekers van het havocongres duidelijk herkenden. Echter zei hij vervolgens: “Ik ga dit ontkrachten, want tieners hebben juist hele flexibele hersenen. Ze kunnen nog alle kanten uit ontwikkelen.”

Mark Mieras vertelt: “De puberteit en adolescentie lopen niet gelijk. Het is de rol van volwassenen om te zorgen dat die niet te ver uit elkaar lopen. Ook zijn er factoren waardoor de puberteit eerder van start gaat, zoals minder zonlicht, ongezonde voeding en veel binnen zitten. En daarbij krijgen tieners een boost aan geslachtshormonen wat gepaard gaat met stemmingswisselingen.”

De wetenschapsjournalist gaat vervolgens in op de ongebreidelde noodzaak van tieners om te multitasken. De jongeren van nu, oftewel Generatie Z, benadrukken vaak ‘wij kunnen dit, want wij zijn opgegroeid in een ander tijdperk.’ Terwijl tieners juist heel slecht zijn in multitasken. Mieras legt uit wat multitasken met het brein doet: “Multitasken doet een zwaar beroep op het brein. Multitasken is switchtasken, van de ene naar de andere activiteit en dan gaat informatie verloren. Je verplaatst je aandacht van de ene taak naar de andere. Waardoor je uiteindelijk trager bent.”

Het brein van de tiener is flexibel en niet onaf. “Als je het IQ van een groep havisten meet in de brugklas en vier jaar later weer, dan kan dat 20 punten schelen. Het valt niet te voorspellen. De hersenen zijn nog heel fluide, ze zijn nog in beweging.” Voor docenten is het waardevol om te weten wat de hersenen van tieners aanzet. “De hersenen van tieners gaan aan voor nuttige informatie, althans wat zij nuttig vinden. Daarbij zijn tieners heel erg gericht op andere tieners en stimuleren ze elkaar.”

Aan de hand van een voorbeeld van zijn eigen zoon legt Mark Mieras uit dat tieners nog niet kunnen kiezen. “Dat komt doordat die executieve functies nog niet werken. Mijn zoon had drie weken om een werkstuk af te hebben. Zoon begon de avond van tevoren. Uiteraard kwam hij er de volgende ochtend achter dat het niet was lukt om het werkstuk af te maken. Terwijl toen hij alles voor Lowlands moest regelen, toen werkten zijn executieve functies wel. Dus is er intrinsieke motivatie, dan werkt het wel.”

Wat gebeurt er in de puberteit met de hersenen? “De hersenen zijn in de puberteit opnieuw aan het bedraden. Kinderen vinden het heel fijn om het volwassenen naar de zin te maken, dat netwerk verdwijnt. Daar komen nieuwe netwerken voor in de plaats: eigenwijsheid, niet de ander het naar de zin maken, maar je eigen zin. En in de tienerjaren ontwikkelen ze liefhebberijen die ze voor de rest van hun leven houden. In die fase ontdekken ze wat ze leuk vinden, in die fase zoeken ze naar grenzen. Door bepaald roekeloos gedrag (op hoge gebouwen klimmen, balanceren op enorme hoogtes etc.) van tieners vragen we ons soms af: zit er een draadje los? Zijn ze getikt? Nee, ze zijn zelfs al verder ontwikkeld. De tiener durft op het randje te lopen. Ontdekken waar je goed in bent, voor de rest van je leven je kracht ontdekken. Volwassenen krijgen van het eigen lichaam een waarschuwing. Tieners voelen hun lichaam nog niet goed. Ze maken daardoor verkeerde keuzes. En bij de stap naar het hoger beroepsonderwijs gaat het daarom nog wel eens mis. Het is belangrijk dat je een keuze voor een studie maakt vanuit je buik. Docenten en ouders moeten de havisten daarbij helpen. Dus stel de vraag: Waar word je blij van?”

Een ander belangrijk punt is dat tieners niet zijn geholpen met het goede voorbeeld. “Tieners werken beter bij negatieve feedback. Als het aan tieners ligt, loopt alles uit de hand. Ze voelen hun fouten extra goed aan, waardoor ze veel leren. Je leert dan van je consequenties. Spelen op het grensvlak van je neus stoten, heeft een positieve invloed op prestaties. We reageren reflexmatig op gedrag van tieners, we zitten aan touwtjes. Daarbij zijn we gewend aan vaste patronen in ons leven, dit geldt ook voor de manier waarop we naar conflicten kijken en hoe we er mee omgaan. Docenten zijn geneigd om te reageren vanuit de ouderrol, vanuit de formele macht, je doet het omdat ik het zeg. Daardoor gaat de tiener meteen in de kinderrol. Voorbeeld: Als een tiener in de klas komt en zegt: ‘ik had het te druk dit weekend, daarom heb ik geen huiswerk gemaakt.’ Dan is het de kunst om als docent niet direct te reageren, geef ze verantwoordelijkheid, volwassen willen zijn betekent verantwoordelijkheid nemen. Dus door te antwoorden met ‘vanavond kijk ik het na, dus hoe los je dat op’, leg je de verantwoordelijkheid bij de leerling. En daardoor zal de situatie niet onnodig escaleren.”

Mark Mieras gaat verder over de werking van de hersenen en legt een en ander uit over oxytocine, een neuropeptide dat als hormoon en neurotransmitter fungeert en in grote hoeveelheden door het brein van de tiener stroomt. Het speelt een belangrijke rol bij het vermogen je te verplaatsen in de ander en bij het verbinden van sociale contacten met gevoelens van plezier. “Tieners/havisten geven ons vaak de indruk dat ze ons niet nodig hebben. Terwijl dat wel zo is. Ze hebben het nodig om dingen samen te doen. Tieners zijn zo geprogrammeerd, ze maken in de puberteit een eigen sociale kring. Daarvoor zaten ze in de sociale kring van de ouders, maar het is logisch dat ze daar niet in blijven, want op den duur valt dat netwerk weg (ouders overlijden). Uit onderzoek blijkt dat mensen met vrienden gezonder blijven, dat ze een hoger welzijn hebben en dat ze gelukkiger zijn. Tieners zijn daarom extreem bezig met elkaar, met vrienden etc. Dit maakt ze kwetsbaar, ze hebben heel veel pijn bij uitsluiting.”

Voor tieners is het goed om ze af en toe iets te verbieden. “Als je iets niet mag is dat juist erg nuttig. Daar kom je jezelf in tegen. Dus zo nu en dan iets verbieden is heel fijn en ook goed voor de tiener. Vaak lijkt het dat de school daarvoor is, omdat tieners thuis vaak heel veel mogen.”

Tieners denken heel veel na. “Ze denken vooral heel erg veel na over zichzelf, dit heeft te maken met de mediale prefrontale cortex. Tip: Leer te luisteren, laat ze hun verhaal vertellen. Want wat zijn tieners? Narratief, super flexibel, exploratief en super sociaal. Dat zijn tieners!”

“Wij volwassenen hebben twee kanalen voor samenzijn, een zit nog verstopt bij tieners. En dat is: Je kunnen verplaatsen in de ander. Het vermogen om je te kunnen verplaatsen in een ander ontwikkelt zich later. Maar tieners hebben wel empathisch vermogen. Ze gebruiken graag hun empathie. Mits de volwassene transparant is en dicht bij zichzelf blijft. Soms geven volwassenen een pokerface, dan kunnen tieners zich niet in de volwassene verplaatsen. Dus volwassenen moeten transparant zijn in interactie met tieners. Ik heb tieners gevraagd wanneer ze wel hun best doen en het antwoord is: ‘bij een leuke leraar doe je wel je best.’ Iemand vertelde me: ‘ik wil zien dat een docent goed terecht is gekomen.’ Op die manier kan de docent dus het goede voorbeeld zijn, laten zien dat er een goede toekomst is en transparant zijn. Dit zijn veel verantwoordelijkheden en er is nog een ding wat ik daaraan toe wil voegen. Naast alle didactische, pedagogische vaardigheden, hoop ik dat u goed terecht bent gekomen omwille van uw havoleerlingen.”