24 feb 2020

20/20-Leren op het dr. Aletta Jacobs College

Tijdens het havocongres op donderdag 6 februari 2020 hield Teun van Roy, teamleider onderbouw, Dr. Aletta Jacobs College een inspiratiesessie over 20/20-Leren. Sinds de start van dit schooljaar wordt het 20/20-Leren toegepast in Hoogezand. De school vindt het belangrijk dat leerlingen hun eigen keuzes leren maken, dat ze leren plannen en dat ze inzien waar hun talenten liggen. In elke les is er daarom tijd om onder toeziend oog van een docent te werken aan de taken die de leerling op dat moment belangrijk vindt. Zo wordt de leerling eigenaar van zijn eigen leren, met de docent als coach aan de zijlijn. 20 minuten in de ene les en aansluitend 20 minuten in de volgende les.

Tijdens de interactieve inspiratiesessie liet Teun van Roy vier filmpjes zien van leerlingen die werken met dit 20/20-principe. Aan het einde van een filmpje stelde Teun de aanwezigen een vraag. Aan de hand van het antwoord dat ze gaven moesten ze een kant kiezen (linker of rechterzijde van de ruimte). Vervolgens ging hij samen met de aanwezigen in op de antwoorden.

Als eerste werd er een filmpje getoond waarin leerlingen het 20/20-principe uitleggen. Ze vertelden dat je per les 20 minuten tijd hebt voor jezelf, in die tijd kan je iets afmaken, je kan vragen stellen, huiswerk maken of leren voor toetsen.

Na het filmpje vroeg Teun aan de deelnemers of ze begrepen wat het 20/20-Leren inhoudt. De meeste personen gingen naar de linkerzijde van de ruimte, voor hen was het nog niet helemaal duidelijk. Degenen die aan de andere zijde van de ruimte gingen staan werd gevraagd of ze antwoord konden geven op de vragen van de andere deelnemers.

Vervolgens vertelde Teun iets meer over de aanpak op het Dr. Aletta Jacobs College. De leerlingen kunnen in die 20 minuten hun eigen strategie bepalen. Toen ze begonnen met 20/20-Leren leek het helemaal helder wat de bedoeling was, toch bleek gaandeweg dat niet alles was besproken met het team. Het is duidelijk een leerproces voor de school en de docenten.

Op het Dr. Aletta Jacobs College in Hoogezand zijn er lessen van 60 minuten, de school heeft ervoor gekozen de lessen zo in te richten dat leerlingen tijdens het eerste lesuur de laatste 20 minuten zelf aan het werk gaan en ook de eerste 20 minuten van het tweede uur. Ze proberen op die manier de spanningsboog kort te houden. De leerlingen werken zelfstandig en in stilte (soms wel met muziekje op), maar er zijn wel plekken waar leerlingen samen kunnen werken. De leerlingen blijven wel in het lokaal. Het is keuzewerktijd, aan het einde van de les geeft de docent aan dat de les klaar is, ze gebruiken geen bel meer. Door deze keuze hebben de leerlingen een langer blok om zelfstandig aan het werk te kunnen, vandaar de keuze van 40 minuten. Docenten begeleiden de leerlingen wel tijdens de keuzewerktijd. Leerlingen van het Dr. Aletta Jacobs College hebben aangegeven dat ze deze werkwijze prettig vinden.

In het tweede filmpje wordt de vraag gesteld: Wat doe je tijdens 20/20-Leren en wat zou de rol van de docent moeten zijn? De leerlingen antwoorden als volgt: Tijdens 20/20 kan je leren voor toetsen. De docent moet orde houden, want je kan niet in chaos leren. Je moet zelf je gang kunnen gaan, de manier waarop je leert moet door de docent worden gerespecteerd (muziek luisteren, etc.).

Teun van Roy geeft aan dat ze vanuit school hadden gehoopt dat de antwoorden van de leerlingen meer zouden gaan over ondersteuning en coaching. Terwijl uit de antwoorden blijkt dat voor de leerlingen vooral rust bewaren belangrijk is. Na het filmpje stelt hij de vraag: Zijn die 20 minuten nog onderdeel van de les, of is het heel iets anders. De aanwezigen verdelen zich ongeveer fiftyfifty aan weerszijden van de ruimte. Degenen die kozen voor geen onderdeel van de les, onderbouwden dit met dat het tijd is puur voor de leerling. De leerling moet die keuze zelf kunnen maken. Wat betekent dat voor de rol van de docent? Die moet daarop kunnen anticiperen.

Degenen die aangaven dat het wel onderdeel uitmaakt van de les, onderbouwden dit als volgt: je didactische kwaliteiten kun je wel zien als onderdeel van de les. Je bent goed in het overbrengen van een vak, dat geldt niet alleen voor het vak dat je geeft. Teun vult aan, “Docenten moeten meer een coachende rol nemen, daar worstelen ze nog wel mee.”
Op de vraag of docenten hier begeleiding in krijgen, antwoord Teun: “Ze kunnen coachlessen volgen.”

In die 20 minuten moeten de havisten wel veel, ze moeten aan de slag met hun huiswerk, met LOB-opdrachten, leren voor een toets. De havist moet hierin wel worden begeleid. De leerling moet zelf bedenken wat ga ik doen in keuzewerktijd. En na de 40 minuten les is de docent coach, hij helpt en ondersteunt. De docent moet het dus ook zien als een leerling hulp nodig heeft bij een ander vak.

Het 20/20-Leren is niet revolutionair, maar de leerling ervaart wel een verschil. De tijd is nu ingekaderd als keuzewerktijd, hierdoor kregen ze op het Dr. Aletta Jacobs College de leerlingen meer aan zet. Er is ook een leesuur, het leesboek nemen de leerlingen zelf mee. “We willen de leerlingen zelf verantwoordelijk maken,” aldus Teun van Roy.

Het derde filmpje gaat over de vraag: Hoe weet je wat je tijdens 20/20 kunt doen en ben je er tevreden over. De leerlingen gaven aan dat ze soms iets aan docenten vragen of ze kijken op Magister, in de weekagenda staat bij de meeste vakken duidelijk wat je moet doen. De leerlingen geven aan dat ze de ItsLearning planner minder vaak gebruiken. Daar moet je apart voor inloggen, dat is onhandig. En het werken op twee verschillende platforms wordt als omslachtig ervaren. Teun vraagt aan de deelnemers: Wat heeft een havoleerling nodig? De meeste deelnemers vinden dat de havist veel meer heeft aan een platform om op te werken. De onderbouw van de havo heeft duidelijk structuur nodig en vanuit die gedachte is een plek logischer. Voor jongeren die moeite hebben met plannen is dit veel prettiger. Enkele deelnemers vinden het geen enkel probleem dat er meerdere platforms zijn, volgens hen zijn leerlingen flexibel en wennen ze snel aan de verschillende systemen.

In het vierde filmpje werd de leerlingen gevraagd: Wat vind je van 20/20-Leren? Uit de antwoorden blijkt dat de leerlingen het als zeer positief ervaren: Ik vind het fijn, je kunt altijd iets doen. Ik vind het handig, als je geen tijd hebt gehad voor je huiswerk kan je dat op school nog doen. Soms kan je nog een toets voorbereiden die je in het volgende uur hebt. Maar docenten mogen niet te langdradig zijn en dan tijd van je afnemen. Ik wil niet terug naar oude systeem.