Jongens op achterstand in het onderwijs

‘’Het wordt tijd dat we meer werk maken van onze jongens “. Met deze uitspraak mengt Henk van Ommen, voorzitter van het Havoplatform, zich in de jongens-meisjesdiscussie en betrekt dat op het onderwijs. In een artikel in het dagblad Trouw gaat van Ommen in op de verschillen tussen jongens en meisjes. Hij ziet veel overeenkomsten maar er zijn ook generieke verschillen. “(…) Gelukkig maar, anders had de mensheid allang opgehouden te bestaan.”, aldus Henk van Ommen.

In het artikel benoemt hij het probleem in het onderwijs. Jongens raken achterop bij meisjes. Als gevolg van de jarenlange actie de positie van de meisjes te verbeteren, kan vastgesteld worden dat zij nu tot de sterkere leerlingen behoren en in de meerderheid zijn in het vwo. Vanuit zijn expertise als schoolleider benoemt van Ommen de aansluiting van havo naar hbo. Zo weet de Vereniging van Hogescholen te melden dat na 5 jaar pas 44% van de havisten zijn bachelor haalt . Hiervan 59% vrouwelijke- en 36 % mannelijke havisten. Voor allochtone leerling is het percentage nog lager: 24%. Daarnaast melden zich minder jongens dan meisjes in het hbo. Oorzaken zijn talrijk. In het artikel noemt van Ommen als reden dat jongens later rijpen. Ook hebben zij minder kwaliteiten als plannen, zelfreflectie en verantwoordelijkheid, die voor het onderwijs van essentieel belang zijn. Jongens zijn gevoeliger voor competitie, game-achtige uitdagingen, fysieke beweging en het nemen van risico’s.

Henk van Ommen realiseert zich dat hij generaliseert, maar zijn voorbeelden illustreren het verschil is tussen jongens en meisjes in het onderwijs. Lijkt het er op dat de maatschappij te weinig aansluit op de jongens? , zo vraagt hij zich af. Henk van Ommen wil de discussie voortzetten door ons te buigen over vraag wat er nodig is om jongens meer te motiveren en er meer uit te halen wat er in hen zit. De jongens op de havo hebben er baat bij.

Bron: Dagblad Trouw, 11 augustus 2017